Perindopril Krka 4mg Tabl 90
Op voorschrift
Geneesmiddel

Perindopril Krka 4mg Tabl 90

  € 18,40

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 4,30 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 2,58 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 18,40
Op bestelling

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Stabiel coronair vaatlijden: Als zich in de eerste maand van de behandeling met perindopril een episode van instabiele angina pectoris (al dan niet ernstig) voordoet, dient een zorgvuldige inschatting van het voordeel/risico plaats te vinden, alvorens de behandeling wordt voortgezet. Hypotensie: ACE-remmers kunnen een bloeddrukdaling teweegbrengen. Symptomatische hypotensie komt zelden voor bij patiënten met ongecompliceerde hypertensie en zal eerder voorkomen bij patiënten met volumedepletie bijvoorbeeld ten gevolge van behandeling met diuretica, een zoutarme voeding, dialyse, diarree of braken, of bij patiënten met een ernstige renine-afhankelijke hypertensie (zie rubrieken 4.5 en 4.8). Bij patiënten met symptomatisch hartfalen, met of zonder geassocieerde nierinsufficiëntie werd symptomatische hypotensie waargenomen. Dit zal het meest waarschijnlijk optreden bij patiënten met een ernstigere graad van hartfalen, wat blijkt uit het gebruik van hoge doses lisdiuretica, hyponatriëmie of functionele nierinsufficiëntie. Bij patiënten met een verhoogd risico op symptomatische hypotensie, moet men het opstarten van de behandeling en de dosisaanpassing strikt opvolgen (zie rubrieken 4.2 en 4.8). Deze voorzorgsmaatregelen gelden ook voor patiënten met ischemische hart- of cerebrovasculaire ziekte waarbij een overmatige bloeddrukdaling aanleiding zou kunnen geven tot een myocardinfarct of een cerebrovasculair accident. Indien hypotensie optreedt, dient de patiënt in rugligging gelegd te worden en, indien nodig, dient een intraveneus infuus van een natriumchloride 9 mg/ml (0,9%) oplossing aangelegd te worden. Een voorbijgaande hypotensieve respons is geen contra-indicatie voor verdere doses, die gewoonlijk zonder enig probleem kunnen worden toegediend wanneer de bloeddruk gestegen is na volume-expansie. Bij sommige patiënten met congestief hartfalen die een normale of lage bloeddruk hebben, kan er een bijkomende verlaging van de systemische bloeddruk optreden met perindopril. Dit effect is verwacht en is gewoonlijk geen reden om de behandeling stop te zetten. Als de hypotensie symptomatisch wordt, kan er een dosisverlaging of een stopzetting van behandeling met perindopril nodig zijn. Dubbele blokkade van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS): Er is bewijs dat bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren het risico op hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (inclusief acuut nierfalen) toeneemt. Dubbele blokkade van RAAS door gecombineerd gebruik van ACE-remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren wordt daarom niet aanbevolen (zie rubrieken 4.5 en 5.1). Als behandeling met dubbele blokkade absoluut noodzakelijk wordt geacht, mag dit alleen onder supervisie van een specialist plaatsvinden en moeten de nierfunctie, elektrolyten en bloeddruk regelmatig worden gecontroleerd. ACE-remmers en angiotensine II-receptorantagonisten dienen niet gelijktijdig te worden ingenomen door patiënten met diabetische nefropathie. Aorta- en mitralisklepstenose / hypertrofische cardiomyopathie: Zoals bij andere ACE-remmers, dient perindopril met voorzorg toegediend te worden bij patiënten met mitralisklepstenose en obstructie in de outflow van het linkerventrikel zoals aortastenose of hypertrofische cardiomyopathie. Nierinsufficiëntie: In geval van nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 60 ml/min) dient de initiële dosis perindopril aangepast te worden volgens de creatinineklaring van de patiënt (zie rubriek 4.2) en dan in functie van de respons van de patiënt op de behandeling. Een routine monitoring van kalium en creatinine maken deel uit van het normaal medisch onderzoek van deze patiënten (zie rubriek 4.8). Bij patiënten met symptomatisch hartfalen, kan de hypotensie na het opstarten van de behandeling met ACE-remmers leiden tot een verdere verstoring van de nierfunctie. Acute nierinsufficiëntie, gewoonlijk reversibel, is in deze situatie gerapporteerd. Bij sommige patiënten met bilaterale stenose van de renale arterie of stenose van de renale arterie naar één enkele nier, die behandeld werden met ACE-remmers, werden er stijgingen in de bloed ureumspiegels en serum creatininespiegels waargenomen, die gewoonlijk reversibel zijn na stopzetting van de behandeling. Dit is vooral waarschijnlijk bij patiënten met nierinsufficiëntie. Als er ook renovasculaire hypertensie is, is er een verhoogd risico op ernstige hypotensie en nierinsufficiëntie. Bij deze patiënten, dient de behandeling gestart te worden onder strikt medisch toezicht met lage doses en een zorgvuldige dosistitratie. Aangezien een behandeling met diuretica een bevorderende factor kan zijn voor eerder vermeld risico, dienen ze stopgezet te worden en dient de nierfunctie gecontroleerd te worden tijdens de eerste weken van de behandeling met perindopril. Sommige hypertensieve patiënten zonder duidelijk vooraf bestaand renovasculair lijden ontwikkelden stijgingen in de bloed ureumspiegels en serum creatininespiegels, die gewoonlijk ondergeschikt en voorbijgaand zijn, vooral als perindopril werd toegediend samen met een diureticum. Dit is meer waarschijnlijk bij patiënten met vooraf bestaande nierstoornissen. Er kan een dosisverlaging en/of een stopzetting van het diureticum en/of van perindopril nodig zijn. Patiënten onder hemodialyse: Er werden anafylactoïde reacties gerapporteerd bij patiënten die gedialyseerd werden met high flux membranen, en die gelijktijdig behandeld werden met een ACE-remmer. Bij deze patiënten dient overwogen te worden om een ander type dialysemembraan of een andere klasse antihypertensiva te gebruiken. Niertransplantatie: Er is geen ervaring met de toediening van perindopril bij patiënten met een recente niertransplantatie. Overgevoeligheid/Angio-oedeem: Angio-oedeem van het gelaat, de ledematen, de lippen, de slijmvliezen, de tong, de glottis en/of de larynx werden zelden gerapporteerd bij patiënten behandeld met ACE-remmers, inclusief perindopril (zie rubriek 4.8). Dit effect kan optreden gedurende de hele behandeling. In dergelijke gevallen dient Perindopril onmiddellijk te worden stopgezet en dient er een gepaste monitoring opgestart en voortgezet te worden tot de symptomen volledig verdwenen zijn. In gevallen waarbij de zwelling beperkt was tot het gelaat en de lippen, verdween de aandoening meestal zonder behandeling, hoewel antihistaminica nuttig waren om de symptomen te verlichten. Angio-oedeem geassocieerd met larynxoedeem kan fataal zijn. Als er betrokkenheid is van de tong, de glottis of de larynx, waarbij er een risico bestaat op een obstructie van de luchtwegen, dient er dringend een behandeling voor noodgevallen ingesteld te worden. Deze kan bestaan uit de toediening van adrenaline en/of het behoud van open luchtwegen. De patiënt dient onder strikt medisch toezicht geplaatst te worden tot de symptomen volledig en langdurig verdwenen zijn. Patiënten met een voorgeschiedenis van angio-oedeem die geen verband hielden met een behandeling met ACE-remmers, kunnen een verhoogd risico lopen op angio-oedeem als ze een ACE-remmer krijgen (zie rubriek 4.3). Intestinaal angio-oedeem is zeer zelden gemeld bij patiënten behandeld met ACE-remmers. Deze patiënten kregen abdominale pijn (met of zonder misselijkheid en braken); in sommige gevallen was er niet sprake van voorafgaand angio-oedeem in het gezicht en was het C-1 esterase peil normaal. Angio-oedeem is gediagnosticeerd door methodes met abdominale CT-scan, of een echo of tijdens een operatie en de symptomen verdwenen na het staken met de behandeling met ACE-remmers. Intestinaal angio-oedeem moet opgenomen worden in de differentiaal diagnose bij patiënten die ACE-remmers gebruiken en die abdominale pijn vertonen. Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en sacubitril/valsartan is gecontra-indiceerd vanwege een verhoogd risico op angio-oedeem. Behandeling met sacubitril/valsartan mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis perindopril worden gestart. Behandeling met perindopril mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis sacubitril/valsartan worden gestart (zie rubrieken 4.3 en 4.5). Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en racecadotril, mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) en vildagliptine kan leiden tot een verhoogd risico op angio-oedeem (bijv. zwelling van de luchtwegen of de tong, met of zonder ademhalingsproblemen) (zie rubriek 4.5). Voorzichtigheid is geboden bij het starten van een behandeling met racecadotril, mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) en vildagliptine bij een patiënt die een ACE-remmer gebruikt. Anafylactoïde reacties tijdens LDL (low-density lipoproteins)-aferese: Zelden hebben patiënten die ACE-remmers gebruikten gedurende een (LDL)-aferese met dextraansulfaat levensbedreigende anafylactische reacties ondervonden. Deze reacties werden vermeden door tijdelijke stopzetting van de behandeling met ACE-remmers vòòr iedere aferese. Anafylactoïde reacties tijdens desensibilisatie: Er zijn geïsoleerde meldingen van patiënten die bij gebruik van ACE-remmers en een gelijktijdige desensibilisatiebehandeling met antigif tegen Hymenoptera (bijen, wespen) aanhoudende levensbedreigende anafylactische reacties doormaakten. Deze reacties kunnen echter voorkomen worden door tijdelijke stopzetting van de behandeling met ACE-remmers, maar ze verschenen opnieuw bij onbedoelde herhaalde blootstelling. Leverinsufficiëntie: In zeldzame gevallen zijn ACE-remmers in verband gebracht met een syndroom dat begint met cholestatische geelzucht en overgaat in fulminante hepatische necrose en (soms) overlijden. Het mechanisme van dit syndroom is onbekend. Patiënten die ACE-remmers gebruiken en geelzucht of een duidelijke verhoging van de leverenzymen ontwikkelen dienen te stoppen met de ACE-remmer en de geëigende medische follow-up te krijgen (zie rubriek 4.8). Neutropenie/Agranulocytose/Thrombocytopenie/Anemie: Er werd neutropenie/agranulocytose, trombocytopenie en anemie gerapporteerd bij patiënten die ACE-remmers kregen. Bij patiënten met een normale nierfunctie en geen andere complicerende factoren, treedt er zelden neutropenie op. Perindopril dient met uiterste voorzorg gebruikt te worden bij patiënten met collageen vasculaire ziekte, die onder behandeling zijn met immunosuppressiva, die een behandeling met allopurinol of procaïnamide ondergaan, of een combinatie van deze complicerende factoren, vooral in geval van een vooraf bestaande verstoorde nierfunctie. Sommige van deze patiënten ontwikkelden ernstige infecties, die in een klein aantal gevallen niet reageerden op een intensieve antibioticatherapie. Als perindopril gebruikt wordt bij dergelijke patiënten, is een periodieke monitoring van het aantal witte bloedcellen aanbevolen en dienen de patiënten gevraagd te worden om elk teken van infectie te rapporteren (bijv. keelpijn, koorts). Ras: ACE-remmers veroorzaken een hoger percentage angio-oedeem bij negroïde patiënten dan bij niet-negroïde patiënten. Zoals bij andere ACE-remmers, kan de bloeddrukverlagende werking van perindopril minder effectief zijn bij negroïde patiënten dan bij niet-negroïde patiënten, wellicht omwille van de hogere prevalentie van een lage-renine status in de negroïde hypertensieve populatie. Hoest: Hoest werd gerapporteerd bij het gebruik van ACE-remmers. De hoest is typisch niet-productief, persisterend en verdwijnt na stopzetting van de behandeling. Hoest geïnduceerd door ACE-remmers kan worden opgenomen in de differentiaaldiagnose van hoest. Chirurgie/anesthesie: Bij patiënten die een zware chirurgische ingreep ondergaan of tijdens anesthesie met middelen die aanleiding geven tot hypotensie, kan perindopril de vorming van angiotensine II blokkeren, secundair aan de compensatoire afgifte van renine. De behandeling dient één dag voor chirurgie te worden stopgezet. Als er hypotensie optreedt en als men meent dat ze te wijten is aan dit mechanisme, kan ze gecorrigeerd worden door volume-expansie. Serumkalium: ACE-remmers kunnen hyperkaliëmie veroorzaken door onderdrukking van de vrijgifte van aldosteron. Bij patiënten met een normale nierfunctie is het effect doorgaans niet significant. Risicopatiënten voor het ontwikkelen van hyperkaliëmie zijn diegenen met nierinsufficiëntie, verslechtering van de nierfunctie, leeftijd (> 70 jaar), ongecontroleerde diabetes mellitus, tussentijdse events, met name dehydratatie, acute cardiale decompensatie en metabolische acidose; of diegenen met een gelijktijdig gebruik van kaliumsparende diuretica, kaliumsupplementen of kaliumhoudende zoutvervangers; of patiënten die andere medicijnen gebruiken die in verband worden gebracht met een verhoogd serumkalium (bijv. heparine, trimethoprim of co-trimoxazol ook bekend als trimethoprim / sulfamethoxazol of, in het bijzonder, aldosteronantagonisten of angiotensinereceptorblokkers). Hyperkaliëmie kan ernstige, soms dodelijke arrhytmie veroorzaken. Kaliumsparende diuretica en angiotensinereceptorblokkers en de bovengenoemde middelen dienen met voorzichtigheid toegepast te worden bij patiënten die ACE-remmers gebruiken, waarbij de serumkaliumspiegels en de nierfunctie gemonitord moeten worden (zie rubriek 4.5). Diabetici: Bij diabetici die behandeld worden met orale antidiabetica of insuline, dient de glykemiecontrole strikt te worden gevolgd tijdens de eerste maand van de behandeling met een ACE-remmer. (Zie rubriek 4.5). Lithium: De combinatie van lithium en perindopril is gewoonlijk niet aanbevolen (zie rubriek 4.5). Kaliumsparende diuretica, kaliumsupplementen of kaliumbevattende zoutsubstituenten: De combinatie van perindopril en kaliumsparende diuretica, kaliumsupplementen of kaliumbevattende zoutsubstituenten is gewoonlijk niet aanbevolen (zie rubriek 4.5). Primair aldosteronisme: Patiënten met primair hyperaldosteronisme zullen in het algemeen niet reageren op antihypertensiva die werken door remming van het renine-angiotensinesysteem. Daarom wordt het gebruik van dit product niet aanbevolen. Lactose: Perindopril Krka tabletten bevatten lactose (als lactose monohydraat). Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Zwangerschap: Gedurende zwangerschap moet er niet begonnen worden met ACE-remmers.. Tenzij continuering van ACE-remmer behandeling essentieel wordt bevonden moeten patiënten die een zwangerschap plannen overgaan op een andere anti-hypertensie behandeling welke een vastgesteld veilig profiel heeft voor gebruik tijdens zwangerschap. Indien zwangerschap wordt gediagnosticeerd moet de behandeling met perindopril onmiddellijk gestaakt worden en indien van toepassing, moet er gestart worden met een andere therapie (zie rubrieken 4.3 en 4.6).

  • Hypertensie.
  • Symptomatisch hartfalen.
  • Stabiel coronair vaatlijden: vermindering van het risico op cardiale events bij patiënten met een myocardinfarct en/of revascularisatie in de voorgeschiedenis.

Welke stoffen zitten er in dit middel? - De werkzame stof in dit middel is perindopril tert-butylamine.

Elke tablet bevat 4 mg perindopril tert-butylamine, overeenkomend met 3,338 mg perindopril. - De andere stoffen in dit middel zijn calciumchloride hexahydraat, lactosemonohydraat, crospovidon type A, microkristallijne cellulose, hydrofoob colloïdaal siliciumdioxide en magnesiumstearaat. Zie rubriek 2 "Perindopril Krka 4 mg tabletten bevat lactose (als lactosemonohydraat)".

Gebruik bij kinderen Het gebruik van Perindopril Krka is niet aanbevolen bij kinderen bij gebrek aan ervaring omtrent het gebruik in deze leeftijdscategorie.

In geval u bemerkt dat Perindopril Krka te sterk of juist te weinig werkt, raadpleeg dan uw arts of apotheker.

Heeft u te veel van dit middel gebruikt? Wanneer u te veel Perindopril Krka heeft ingenomen, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts, apotheker of het Antigifcentrum (070/245.245). Verschijnselen van een overdosis zijn plotselinge daling van de bloeddruk (hypotensie). Andere symptomen kunnen zijn: een versnelde of vertraagde hartslag, een onaangenaam gevoel van onregelmatige en/of krachtig kloppen van het hart, versnelde en diepere ademhaling, duizeligheid, angst en/of hoest.

In geval van een ernstige bloeddrukdaling wordt geadviseerd de patiënt plat neer te leggen met de benen omhoog bijvoorbeeld door het gebruik van een paar kussens.

Bent u vergeten dit middel in te nemen?

4.8 Bijwerkingen a. Samenvatting van het veiligheidsprofiel Het veiligheidsprofiel van perindopril komt overeen met het veiligheidsprofiel van ACE-remmers: De meest voorkomende bijwerkingen die in klinische onderzoeken zijn gemeld en bij perindopril zijn waargenomen, zijn: duizeligheid, hoofdpijn, paresthesie, duizeligheid, gezichtsstoornissen, tinnitus, hypotensie, hoesten, dyspneu, buikpijn, obstipatie, diarree, dysgeusie, dyspepsie, misselijkheid, braken, uitslag, spierkrampen en asthenie. b. Lijst met bijwerkingen De volgende bijwerkingen werden waargenomen tijdens de behandeling met perindopril en zijn geklasseerd volgens de volgende frequentie: - Zeer vaak (1/10) - Vaak (1/100, <1/10) - Soms (1/1000, <1/100) - Zelden (1/10000, <1/1.000) - Zeer zelden (<1/10.000) - Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen iedere frequentiegroep worden de bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst. Bloed- en lymfestelstelaandoeningen: Soms: eosinofilie Zeer zelden: verminderd hemoglobine en hematocriet, trombocytopenie, leukopenie/neutropenie, hemolytische anemie bij patiënten met een congenitale G-6PDH deficiëntie (zie rubriek 4.4). Endocriene aandoeningen Zelden: syndroom van inadequate secretie van antidiuretisch hormoon (SIADH). Voedings- en stofwisselingsstoornissen: Soms*: hypoglykemie (zie rubrieken 4.4 en 4.5), hyperkaliëmie reversibel na het stoppen (zie rubriek 4.4), hyponatriëmie. Psychische stoornissen: Soms: stemmingswisselingen, slaapstoornissen, depressie. Zenuwstelselaandoeningen: Vaak: hoofdpijn, duizeligheid, vertigo, paresthesieën Soms*: somnolentie, syncope Zeer zelden: verwardheid Oogaandoeningen: Vaak: visuele stoornissen Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen: Vaak: tinnitus. Hartaandoeningen: Soms*: palpitaties, tachycardie Zeer zelden: aritmie, angina pectoris (zie rubriek 4.4), myocardinfarct, eventueel secundair aan overmatige hypotensie bij patiënten met hoog risico (zie rubriek 4.4). Bloedvataandoeningen: Vaak: hypotensie en effecten gerelateerd aan hypotensie Soms*: vasculitis Zelden: overmatig blozen Zeer zelden: beroerte, eventueel secundair aan overmatige hypotensie bij patiënten met hoog risico (zie rubriek 4.4). Niet bekend: fenomeen van Raynaud. Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen: Vaak: hoest, dyspnoe Soms: bronchospasme Zeer zelden: eosinofielenpneumonie, rhinitis. Maagdarmstelselaandoeningen: Vaak: misselijkheid, braken, abdominale pijn, dysgeusie, dyspepsie, diarree, constipatie Soms: droge mond Zeer zelden: pancreatitis. Lever-en galaandoeningen: Zeer zelden: cytolytische of cholestatische hepatitis (zie rubriek 4.4) Huid- en onderhuidaandoeningen: Vaak: uitslag, pruritus Soms: angio-oedeem van het gelaat, de ledematen, de lippen, de slijmvliezen, de tong, de glottis en de larynx, urticaria (zie rubriek 4.4) Soms*: fotosensibiliteitsreacties, pemfigoïd Zelden: verergering van psoriasis Zeer zelden: erythema multiforme. Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen: Vaak: spierkrampen Soms*: artralgie, myalgie. Nier- en urinewegaandoeningen: Soms: nierinsufficiëntie Zelden: anurie/oligurie, acute nierinsufficiëntie. Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen: Soms: erectiele disfunctie. Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen: Vaak: asthenie Soms*: pijn op de borst, malaise, perifeer oedeem, pyrexie. Onderzoeken: Soms*: verhoging in bloedureum, verhoging in bloedcreatinine Zelden: verhoging in bloedbilirubine, verhoging in leverenzym. Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties: Soms*: vallen. *Frequentie berekend aan de hand van klinische trials voor bijwerkingen die werden opgemerkt aan de hand van spontane rapportage. Klinische onderzoeken: Tijdens de gerandomiseerde periode van de EUROPA studie, werden uitsluitend ernstige bijwerkingen verzameld. Weinig patiënten kregen te maken met ernstige bijwerkingen: 16 (0,3 %) van de 6122 perindopril patiënten en 12 (0,2 %) van de 6107 placebo patiënten. Bij 6 met perindopril behandelde patiënten werd hypotensie waargenomen, angio-oedeem bij 3 patiënten en plotselinge hartstilstand bij 1 patiënt. Meer patiënten trokken zich terug vanwege hoesten, hypotensie of andere intolerantie bij perindopril dan bij placebo respectievelijk 6,0 % (n = 366) versus 2,1 % (n = 129).

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken? - u bent allergisch voor voor perindopril, of voor een andere ACE-remmer of voor één van de

andere bestanddelen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter;

  • als u in het verleden last hebt gehad van een overgevoeligheidreactie met een acute zwelling van de lippen en het gezicht, de nek, mogelijk ook de handen en voeten, of heesheid of verstikking heeft gehad (angio-oedeem) na het gebruiken van een ACE-remmer;

  • als een van uw familieleden angio-oedeem heeft gehad, of als u angio-oedeem had in een andere omstandigheid;

  • als u meer dan 3 maanden zwanger bent. (Het is ook beter om geen Perindopril Krka tabletten te gebruiken bij een vroege zwangerschap – zie rubriek zwangerschap);

  • u heeft diabetes of een nierfunctiestoornis en u wordt behandeld met een bloeddrukverlagend geneesmiddel dat aliskiren bevat;

  • als u dialyse of een ander type bloedfiltratie ondergaat. Afhankelijk van de machine die wordt gebruikt, is Perindopril Krka mogelijk niet geschikt voor u;

  • als u nierproblemen heeft waarbij de bloedtoevoer naar uw nieren is verminderd (nierarteriestenose);

  • als u sacubitril/valsartan, een geneesmiddel dat wordt gebruikt voor de behandeling van een type langdurig (chronisch) hartfalen bij volwassenen, gebruikt of heeft gebruikt, omdat het risico op angio-oedeem (een snelle onderhuidse zwelling, op een plek zoals de keel) dan verhoogd is.

Perindopril Krka 4 mg tabletten zijn niet aanbevolen voor gebruik door kinderen en adolescenten.

Zwangerschap Het gebruik van ACE-remmers wordt niet aanbevolen gedurende het eerste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.4). Het gebruik van ACE-remmers is gecontra-indiceerd gedurende het tweede en derde trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.3 en 4.4). Epidemiologisch bewijs aangaande het risico van teratogeniciteit volgend op het blootstellen aan ACE-remmers gedurende het eerste trimester van de zwangerschap is niet eenduidig; echter een klein verhoogd risico kan niet worden uitgesloten. Tenzij vervolgtherapie met ACE-remmers van essentieel belang wordt geacht, moeten patiënten die een zwangerschap plannen overstappen op een alternatieve anti-hypertensie behandeling met een veilig profiel voor het gebruik bij zwangerschap. Als zwangerschap is gediagnosticeerd, moet de behandeling met ACE-remmers onmiddellijk gestaakt worden en indien van toepassing, moet met een andere behandeling gestart worden. Blootstelling aan een ACE-remmer behandeling tijdens de tweede en derde trimesters veroorzaakt foetoxiciteit bij de mens (verminderde nierfunctie, oligohydramnion, vertraging van de verbening van de schedel) en neonatale toxiciteit (nierfalen, hypotensie, hyperkaliëmie) (zie rubriek 5.3). Indien de moeder vanaf het tweede trimester van de zwangerschap is blootgesteld aan ACE-remmers wordt aanbevolen de nierfunctie en de schedel te controleren door middel van een echografie. Kinderen wiens moeders ACE-remmers hebben genomen moeten nauwkeurig onderzocht worden op hypotensie (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Borstvoeding Omdat er geen informatie beschikbaar is over het gebruik van perindopril tijdens het geven van borstvoeding, wordt perindopril niet aanbevolen en verdienen alternatieve behandelingen met een bekend veiligheidsprofiel voor gebruik tijdens borstvoeding de voorkeur, met name wanneer het gaat om het voeden van pasgeborenen of vroeggeborenen. Vruchtbaarheid Er was geen effect op de reproductieve prestaties of vruchtbaarheid.

Hypertensie

  • Startdosis: 4 mg, 1x /dag.
  • De dosis mag worden verhoogd tot 8 mg éénmaal per dag (na één maand behandeling).

Hartfalen

  • Startdosis: 2 mg, 1x /dag.
  • Deze dosis mag worden verhoogd tot 4 mg één maal per dag (na twee weken behandeling).

Stabiel coronair vaatlijden

  • Startdosis: 4 mg, 1x /dag, gedurende 2 weken.
  • Deze dosis kan worden verhoogd naar 8 mg eenmaal daags (in functie van de tolerantie en de nierfunctie).

Dosisaanpassingen

NIERINSUFFICIËNTIE

  • Creatinineklaring > of = 60 ml/min.: 4 mg/dag.
  • Creatinineklaring > 30 ml/min. en < 60 ml/min.: 2 mg/dag.
  • Creatinineklaring > 15 ml/min. en < 30 ml/min.: 2 mg, om de 2 dagen.
  • Hemodialysepatienten, creatinineklaring < 15 ml/min.: 2 mg op de dag van dialyse.

Dosisaanpassingen zijn eveneens aangewezen bij patiënten met een sterk geactiveerd renine-angiotensine-aldosteronsysteem (vooral renovasculaire hypertensie, zout- en/of volumedepletie, hartdecompensatie of ernstige hypertensie) en bij ouderen.

Toedieningswijze

Eenmaal per dag innemen, 's morgens voor de maaltijd.

CNK 3354743
Organisaties KRKA
Merken KRKA
Breedte 60 mm
Lengte 121 mm
Diepte 58 mm
Hoeveelheid verpakking 90
Actieve ingrediënten perindopril tert-butylamine
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)